Hoofdtekst
Mijn vader die kwam naar huis van zijn werk af en dat was bij den avond en op ne keer loopt daar ne zwarte hond voor hem op en onze pa die had ne stok en die tuierde dien hond een paar keren op zijn achterste, maar die hond bleef voor hem oplopen. Die gebièrde van niets. Mijn vader wou hebben dat dat gene gewone hond was.
Beschrijving
Een man die 's avonds terugkwam van zijn werk, zag een zwarte hond voor zich uit lopen. Hoewel de man de hond enkele keren met een stok had geslagen, bleef het dier onverstoorbaar vóór hem lopen.
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (tussen hasselt en beringen)
131
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zolder   
