Hoofdtekst
Bai ne boer in Rukkelingen woaren de pjèèd eens van de moare berejen. Terveur was alles heel noemoal; de pjèèd stoenden stil in de stal. 's Naachs weunde boer wakker van 't lewèèt. Toen hij koem kieken in de stal stoenden alle pjè!èd met de poten omhoog. En ze kiekten de boer met zo'n wil ougen un dat hij ter sjrik van kreeg. Nen haaf oer wunde alles weer stil en was do niks abnormoals mai te zien.
Beschrijving
Een boer hoorde 's nachts opeens lawaai in zijn stal. Toen hij ging kijken, stelde hij vast dat de paarden met hun poten omhoog lagen. Ze waren door de maar bereden.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (borgloon)
163
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rukkelingen - Loon   
