Hoofdtekst
Ene sjofert? tcha, dat was zo iet wei (= als) ene vuurbol, hein! Dat valt zo wei een lamp uit ene boom voor oer noas (= voor uw neus). Ene kameraad van mich - he is nu dood - zag alted zo iet, en dat volgden hem alted tussen Repen (= Overrepen) en Zammelen, in de bos. En wè meij da'et fladdert, wè groter da'et wont. En die dan, hein, die stak zij(n) mes in de grond voor het te laten verbjanne. Dat vloog dan op dat mes en dan verbjandde het , maar he moes(t) lopen gaan, anders waster eiges (= zelf) verbjand. En he ging lopen en weiter (= toen hij) thuiskwam hing dat lich(t) op de deur en hij is moeten binnes blijven tot dat het weg was. Dat is hem gebeurd eens, 's avonds weiter (= toen hij) thuiskwam van ze werek.
Onderwerp
SINSAG 0220 - Andere Begegnungen mit dem Feuermann
  
Beschrijving
Een man werd tussen Overrepen en Zammelen altijd gevolgd door een vuurman. Een vuurman viel net zoals een vuurbol voor iemands neus uit de lucht. Hoe meer de vuurman schudde, hoe groter hij werd. Op een dag stak de angstige man een mes in de grond en liep dan snel weg terwijl de vuurman bezig was het mes te verbranden. Toen de man thuiskwam, zag hij dat de vuurman bij zijn deur stond. De man kon pas naar binnen gaan nadat de vuurman was verdwenen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
160
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Overrepen   
Plaats van Handelen
Overrepen   
Zammelen   
