Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0334_0336_43821

Een sage (mondeling), 1955

Hoofdtekst

Graaf Moretus.Moretus, daar hem ik onze vader dikwijls van horen vertellen. Da was nen helen brave mens. Die gingen jagen in Frankrijk. En daar sting een heel schoon staminee, daar was d'r van buiten niks aan te zien. Maar die gingen d'r overal jagen. En die ging binnen mee zijne knecht en die wisten nog van niks. De meid kwaam en ze vroegen eten. "Wat eten zoude gèren hemmen, heren, hhhhhhhhh!" "Zo'n en zo'n." "Hhhhhhh" weer. "Ja, da's goed, heren, hhhhhhh." De knecht zegt: "Die meid, die zucht zo en die beziet ons zo, wa zou da zijn? Wil ik het is vragen?" zegt de knecht. "Neie", zegt Moretus. Ze komt weer mee eten: "Wat is't, wa zou d'r e believen?" "Och, en wa zijde toch schoon, nette jongens!" "Wa zou die toch beduien: wil ik het is vragen?" zegt de knecht. "Ja, vraag het is." "Maar juffrouw, gij zucht altij maar…" "Sssst, ik kan 't binnen nie zeggen, maar gaat daar is wandelen en ik zal 't ouw vertellen!" "Och," zegt ze, "Wa zijde gullie toch schoon heren. En ge zijt in geen goei huis!" D'ander gaan daar henne. "Maar juffrouw, wat is er nauw toch?" "Gullie zij veul te goei mensen. Ge zit in e moordenaarskot. Let op ollen hond. Maar zwijgen of 'k zijn me leven kwijt!" 's Avonds: "Willen w'is gaan slapen?" "Ja, 'k krijg vaak." Maar dien heer hield de ketting van den hond goe vast. Ze laten den hond los en die springt op da bed en da bed kapte. De meid zagen ze nie meer. Nauw, da's goe. "Hoe komt 't dat dien hond op 't bed springt?" "Ja, hij springt uit mijn handen." "Maar wanneer gade slapen?" "Ja subiet." "As we nauw maar weg kosten!" zeet ie tegen zijne knecht. Nauw die moordeneer begost gaan te schieten en Moretus dien aai ook ze geweer bij. Maar toen aai mijnheer nog maar ene kogel meer. Ze schoten nie meer. Toen zegt Moretus: "Komt, pakt ons getuig en maakt da we gauw peerd en kar hemmen." En zolle met 't gerij op de loop toe as ze aan ne meulder kwamen. En sito gingen ez naar de gendarmen. "Waar komde vandaan?" vroeg ie. "Ja, daar." "En ge zie zo bleek?" "Ja, we zijn bekan dood gewist." En z'aaien de meid meigenomen. "Maske, gij ga mei" aaien ze gezeid. En ik zal e zoveul geld en goed geven, da ge veur altij rijk zij. En ik zal e baas maken van heel 't hof, want gij hee me leven gered. En daar meugde gij alles nazien!" Ja en swenst as ze schoten en deien, aai de knecht het tuig opgemaakt. En zij naar de gendarmen en 'k weet nie hoeveul volk er naartoe. En ze vonden 't bed en z'aaien er al nen dooien ondergestopt eer da zij er waren. Mijnheer Moretus, die woonden in Stabroek en al de boeren die moesten heel 't jaar geen pacht betalen, zo ne goeie mens was da. En die meid die was daar madam.

Beschrijving

Graaf Moretus was een brave man die vaak met zijn knecht ging jagen in Frankrijk. Op een dag zagen de graaf en zijn knecht daar een mooie herberg. Ze gingen naar binnen en werden aangesproken door de meid, die vroeg: "Wat zouden jullie graag eten, heren, hhhhhhhhh?" Toen de twee hun bestelling hadden doorgegeven, zei de meid: "Ja, dat is goed, hhhhhhhh". De graaf en de knecht kregen hun eten en vroegen toen aan de meid wat er met haar scheelde. Het meisje antwoordde: "Ssst, ik kan het binnen niet zeggen, maar als jullie daar gaan wandelen, zal ik het jullie vertellen!" De graaf en de knecht gingen naar buiten en de meid sprak: "Jullie zijn mooie heren, maar jullie bevinden je in een slecht huis. Dit is een moordenaarshol. Let op jullie hond. Maar zwijg, of ik ben mijn leven kwijt!" Toen de graaf en de knecht die avond wilden gaan slapen, sprong de hond van de graaf op het bed. Toen de moordenaar begon te schieten, haalde de graaf ook zijn geweer boven. Toen er niet meer geschoten werd, gingen de graaf en de knecht er samen met de meid vandoor. Ze gingen naar een molenaar, aan wie ze vertelden wat er gebeurd was. De politie kwam ter plaatse en vond een lijk dat al was verborgen vooraleer de graaf en de knecht daar waren aangekomen. Ze vonden ook geld. De graaf zorgde dat de meid baas werd over de hoeve, omdat ze zijn leven had gered. Ze kreeg bovendien zoveel geld dat ze haar hele leven rijk zou zijn. Meneer Moretus woonde in Stabroek, waar de boeren het hele jaar geen pacht moesten betalen. Hij was een goede mens.

Bron

M. Van den Berg, Leuven, 1955

Commentaar

4. Historische sagen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
466
Vader van de informant
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Moretus    Moretus   

graaf Moretus    graaf Moretus   

Moretus (graaf)    Moretus (graaf)   

Naam Locatie in Tekst

Hoevenen    Hoevenen   

Plaats van Handelen

Stabroek    Stabroek   

Frankrijk    Frankrijk