Hoofdtekst
Vroeger hèt er hier een kasteel gestoan dat verzoenken is, ’t behoorde toe an de kinders Meessens. In den omtrek ervan liep er iederen nacht nen hoend rond, nen waterduivel, die een bepoalde roete ha. Mien voader passeerde ne keer roend Bekkem woa veel woater is, en was ervan in ’t water gesmeten. Iedere keer dat mien voader er ut kroeop stond ne doa te kieken. Je kost nie verder dan were keren noa hus. ’t Gebeurde dikkens dat de minsen ne helen nacht roend liepen zoender an den anderen kant van de gemeente te geroaken.
Beschrijving
In Pittem stond vroeger een kasteel dat verzonken is. In de buurt van dat kasteel liep altijd een hond rond. Dat was een waterduivel. Een man die op pad was in de buurt van Bekkem, werd door de hond in het water gegooid. Telkens wanneer de man uit het water probeerde te kruipen, stond de hond hem aan te kijken. Het gebeurde vaak dat mensen een hele nacht moesten rondlopen omdat ze niet thuis geraakten.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
1
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Pittem   
Plaats van Handelen
Pittem   
Bekkem   
