Hoofdtekst
’t Wos dor e boer die vergeven wos van de ratten. En zegt Louïs: "Tink me daj nogol wel ratten et." "Wel!" zegten, "zoej geren die ratten kwijt zijn?" "Je ku dat gon peinzen", zegt die boer, "’t is ol an stikken geten dat’k èn." "Ja," zegt Louïs, "me gon maken dat die ratten gauw weg zijn. ’t Zijn droeve beesten om olles te vermoorden." En Louïs ging up ’t hof ’s anderndaags. En zegt Louïs: "Hoe zit het met de ratten?" En zegt die boer: "Dat ‘k gon wor dat’k willen, ‘k èn toch geen een meer gezien." "Die ratten zijn ol weg", zei Louïs. En zegten: "Die ratten zijn verhuusd van hoenger. ’t Wos hier nieten meer te verdienen. Je gaat gij hier geen een ratte meer zien." En z’èn dor toen geen ratten meer gezien, nooit!
Onderwerp
SINSAG 0689 - Der Rattenfänger   
Beschrijving
Een boer die te kampen had met een rattenplaag, kreeg bezoek van een tovenaar die zei: "Zou je graag van die ratten verlost zijn?" Daarop antwoordde de boer: "Natuurlijk!" De volgende dag waren alle ratten voorgoed verdwenen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)
98K
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
