Hoofdtekst
Pollet en zijn mannen woren leurders. Ze liepen roend met olle soorten van kolken beeldetjes, posturtjes (postuurtjes). Ulder wuufs kwamen in kwestie (ruzie) en ze verweten mekars: "Joen vint e dat gedon en joen vint e dat gedon." Dat moet in ’t ende van ’t jor zeven, achte of negen geweest zijn.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Pollet en zijn rovers leurden met beeldjes. Aan het einde van de jaren 1907, 1908 of 1909 kregen de echtgenotes van de rovers ruzie.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
21J
1907, 1908 of 1909
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Pollet (bende van)   
bende van Pollet   
Naam Locatie in Tekst
Langemark   
