Hoofdtekst
Aan de kiezel onder, de 'Grondeleer' heet dat, doa luidde het in het water 's nach(t)s om twalef uren. Doa wildeter (= wilden er) eens twee gaan luisteren, mè ze zijn niemee terug(ge)komen. Dat was e diep water, ze hebben eens een lang koord afgelaten met ene steen, mè ze zijn nooit aan 't einde gekomen. Doa is een kerek verzonken. Doa onder is een vergane stad.
Onderwerp
SINSAG 0980 - Der Glockenpfuhl.   
Beschrijving
Langs de kiezelweg bij de Grondeleer hoorde men om middernacht klokken luiden in het water. In dat water is ooit een kerk verzonken. Op een nacht waren twee mannen naar het klokkengelui gaan luisteren, maar ze zijn nooit meer teruggekomen. Ooit heeft men met een lange koord een steen in het water laten zakken. De bodem van de poel heeft men echter kunnen bereiken.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (tongeren en omstreken)
1151
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Grondeleer (bron in Membruggen)   
Naam Locatie in Tekst
Membruggen   
Plaats van Handelen
Grondeleer   
