Hoofdtekst
Te Lucien Nelis, ’t was daar ook ossan al overende (overhoop) gesmeten en als de jongens aan tafel zaten, ze zaten daar al te wuppen (wippen). En dat was de oorzake van de vader zelf. Hij las ossan boeken en hij had gezeid geweest van de geestelijken dat hij ze moest afgeven en als hij dat weggedaan heeft, dat was al gedaan. De deuren waren daar opengesmeten en dat zijn van die menschen, ze lezen boeken en ze weten niet meer wuk dat ze lezen.
Beschrijving
In Houtkerke woonde een man die toverboeken las. Daardoor werd in het huis van die man alles overhoop gegooid. De geestelijken hadden die man al vaak de raad gegeven zijn boeken weg te geven. Zodra de man dat had gedaan, werd alles weer normaal in zijn huis.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (franse grens)
411
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtkerke   
Plaats van Handelen
Houtkerke   
