Hoofdtekst
’t Was in 1923 as ik me nie bedrieg toen zijn ik hie kome wone en hie woonde een inne kamer. Ba ma korzijn was ’t winkel en cafe. We ware do no de winkel geweest en jo ’s zaterdags ’s avonds en een pint gepakt. ’t Was laat as we no huis ginge en we kome aanne kruisstraat, da’s een kruispunt. Welle kome deur da paddeke wo ze mee de velo’s deur rije en lak we over da paddeke kome zee Lintermans tege ma "hie zit iet". Ik goeng zien en ik zee "jo Sus hie zit iet". Da was zoe hoog, allemaal bloemekes. Ik pakte mane voet en stamp do tege: allemaal vrellehoede mee bloemekes. Sus zee "hoort da afgeklabbast kome". Ik hoor en ‘k hoor ’t kome van ginderachter "klabats, klabats". ’k Zeg "wa schilt er?" En geen antwoord.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Twee mannen die op een zaterdagavond terugkwamen van het café, zagen onderweg iets vreemds. Langs de weg lagen allemaal vrouwenhoeden met bloemetjes bij elkaar. In de verte hoorden de mannen ook een vreemd geluid alsof er iemand aankwam.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
283
1923
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Veerle   
