Hoofdtekst
Daar was eens ne schupper met 'n kooi schapen en die hedden ze uitgeloerd. Die hoeide altijd op e stuk waar boeget (boekweit) stond. En die boer die was daar nie mee opgezet natuurlijk. Maar daar was geen een schaap dat aan die boeget ging. Maar die boer die kos dat nie geloven en die ging kijken. Ja, en wezenlijk waar. 'Wie komt dat?' zei hij tegen de schupper. 'Ja, aan ieder spierke staat 'n duvelke. Ich heb e boekske en ich lees daarin en ge moogt gerust zijn daar gaat geen één schaap aan.' Dat antwoord kreeg hij.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een herder hoedde zijn schapen vlakbij een veld waarop boekweit stond. Omdat de boer niet wilde dat de schapen zijn boekweit zouden opeten, ging hij eens kijken. Daarop sprak de herder: "Je hoeft niet ongerust te zijn. Mijn schapen zullen geen boekweit eten, want met mijn toverboekje heb ik op elke halm een duiveltje getoverd".
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (noord-west)
270
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Huibrechts-Lille   
