Hoofdtekst
Na het laatste evangelie laat ik mine messeboek openliggen up ’t antaar, en ze zullen bluven zitten, in de kerke. De paster dei dadde, en weet ge hoevele der bleven zitten, in de kerke? Veertiene, en van oe de paster den boek toedeed, gingen ze rap en zere, weie, naar buiten. Ze liepen om ter eerst buten d’endeldeure.
Beschrijving
Toen de pastoor na het laatste evangelie zijn kerkboek liet open liggen op het altaar, konden veertien vrouwen de kerk niet verlaten. Zodra de geestelijke het boek had gesloten, liepen de vrouwen om ter snelst langs de endeldeur (1) naar buiten.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
267
fabulaat
(1) endeldeur: grote kerkdeur waarlangs de lijkstoeten en processies gingen. Nu nog spreekt men in West-Vlaanderen van een 'endelklokke' of 'endeklokke' wanneer de klokken ter gelegenheid van een sterfgeval worden geluid.
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
