Hoofdtekst
En vroeger de mensen hoorden dikwijlsten (= dikwijls) een kinnetje (= kindje) schrèmen (= huilen). Voor under (= hun) deure en as (= als) je ’t binnen pakte en eten gaf - ’t at alles op, maar ton was ten (= hij) in ene keer weg en je riep: “’k heb je gehad, ‘k heb je gehad en ’k heb je paptje gehad.” En dat was de waternekker.
Beschrijving
Vroeger vonden de mensen vaak een huilend kindje voor hun deur. Ze droegen dat kindje dan naar binnen en gaven het te eten, zonder te weten dat het een waternekker was. Nadat het kind gegeten had, was het opeens weg en riep: "Ik heb je gehad, ik heb je gehad! Ik heb je papje gekregen!" Daarna verdween de waternekker.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
