Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JASPE0078_0078_11652

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

En vroeger de mensen hoorden dikwijlsten (= dikwijls) een kinnetje (= kindje) schrèmen (= huilen). Voor under (= hun) deure en as (= als) je ’t binnen pakte en eten gaf - ’t at alles op, maar ton was ten (= hij) in ene keer weg en je riep: “’k heb je gehad, ‘k heb je gehad en ’k heb je paptje gehad.” En dat was de waternekker.

Beschrijving

Vroeger vonden de mensen vaak een huilend kindje voor hun deur. Ze droegen dat kindje dan naar binnen en gaven het te eten, zonder te weten dat het een waternekker was. Nadat het kind gegeten had, was het opeens weg en riep: "Ik heb je gehad, ik heb je gehad! Ik heb je papje gekregen!" Daarna verdween de waternekker.

Bron

J. Aspeslagh, Leuven, 1958

Commentaar

1.1 Watergeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Oostende    Oostende