Hoofdtekst
Da was dichte tegen waar da mijn peetje woondige. En ‘k he horen zeggen… meer en meer wete’k d’er niet van, dat er op da boerenhof ne keer een tafel te zien geweest is vol vijffrankstukken. Al zilvereren geld was datte. En later hen ze op da goed nog kelders gegraven en muren wel meters dikke. En door die gangen kosten ze van ’t een hof naar ’t andere. Da was daar al tempelgoed.
Beschrijving
Op een boerderij stond een tafel die vol zilveren vijffrankstukken lag. Later heeft men daar nog kelders opgegraven en muren die wel meters dik waren. Dat was allemaal eigendom van de Tempeliers.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
495
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tempeliers   
Tempelhof   
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
