Hoofdtekst
En j’hebt ton (dan) nog Osschaert. Dat waren vooral de bezembinders die hem zagen, ze gingen zieder (zij) deur den band (meestal) ’s nachts berken stelen voor die bezems en ze kwamen ton (dan) Osschaert tegen. Den ene keer als hond, ’t gebeurde als peerd. Je (hij) deed niemand kwaad wè (hoor), je (hij) liep mee en je (hij) was ton (dan) in ene keer weg. En geen hond kwaad doen he.En in Maldegem in de Hyde lag Osschaert’s kiste dat ze zeien. Dat was een zeven meter lang. ‘k Heb ik dat ook genoeg weten liggen.
Onderwerp
SINSAG 0256 - Plagegeist (in Tiergestalt) erschreckt späten Wanderer (und begleitet ihn).
  
Beschrijving
Bezembinders gingen 's nachts vaak berken stelen voor het maken van hun bezems. 's Nachts werden de dieven vaak begeleid door Osschaert, die nu eens als hond, dan weer als paard verscheen. Na een tijdje was de plaaggeest plots verdwenen. In de Hyde in Maldegem lag Osschaerts kist, die wel zeven meter lang was.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
69
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Osschaert   
Hyde (Maldegem)   
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
Plaats van Handelen
Maldegem   
Hyde (Maldegem)   
