Hoofdtekst
Bakelandt zat dor olvoren in ’t Vrijbus. J’hoorde dat an de menschen, dat ez dor niet vele mosten van weten. ’t Woren d’er die bij de boeren wrochten en toen ’s nachts uup roete gingen en die gingen gon klinken en drinken in de kroeg van Roze. En ’t woren er die koeien verkocht an en die ulder geld gestoken an in ’t voetende en ’t ging een vragen om mee te gon om te kaarten mor de boer zei: "Ze zoen kunnen mijn geld pakken." Enne toogde schone wor dat ’t zat en z’èn toen dat geld ollemale gepakt. Roze hield herberge up de boord van Langemark en Merkem. Z’èn ol onthoofd geweest. ’t Zijn d’er vele lik die gestraft geweest zijn. Dat volk ging binsten dag gon werken bij de boeren en ze wisten ozo wor dat ze nortoe mosten. ‘k En dat ol gelezen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Bakelandt vertoefde in het Vrijbos. Sommige leden van de bende van Bakelandt gingen bij de boeren werken. 's Nachts gingen ze op pad. Op een avond ging een rover aan een boer vragen of hij mee ging kaarten in de herberg. Die boer had echter pas koeien verkocht en was bang dat men zijn geld zou komen stelen. De boer toonde aan de man waar zijn geld lag en ging vervolgens toch mee naar de herberg. Bij zijn terugkeer stelde de boer vast dat al zijn geld was gestolen. Op de grens van Langemark en Merkem was een herberg waar de rovers vaak vertoefden. Uiteindelijk werden de leden van de bende van Bakelandt onthoofd. Overdag gingen de rovers werken bij de boeren om te weten te komen welke mensen geld in huis hadden.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
62A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Merkem   
Plaats van Handelen
Vrijbos   
