Hoofdtekst
In alle dorepen hier kwam ene weerwolef vroeger. Dan moesten de minse hun geld afgeven. L. van de Zavelbereg, die speelde ook weerwolef. Hij had ereges e koevel gehaald, en as de minsen hem tegenkwamen 's avonds waren ze verplich(t) hun geld af te geven. Eens was het fees(t) gewees(t) in Tongeren van de heel metsers van Könsem (= alle metselaars van Koninksem). 'Doa gon ich ene slag doen!' dacht er, en he gaat noa Tongeren. De Comte (= graaf) van Könsem, 'Princen' komt op, die had ene hamel metgenomen - hij had zeker ereges nagels (= spijkers) ingehouwd - en he had een half op (= was zat); hij komt L. tegen en he houwt hem voor de kop, trek(t) hem het vel af, en he jonde vasgezatte (= werd vastgezet). Zijn kameraden hebben hem toen verlos(t). Kik maar eens, he he(ef)t nu nog altijd ene knoep (= gezwel) voor de kop. As de vrouwen met boter noa de markt gingen, moesten ze hun centen ook afgeven. Dat was enen truc voor aan de minsen hun geld te komen.
Beschrijving
L. van de Z. speelde voor weerwolf met een koeienvel op zijn rug. Op die manier probeerde hij voorbijgangers bang te maken en hen van hun geld te beroven. Op een avond was er in Tongeren een feest van de metselaars. Toen P., de graaf van Koninksem, de weerwolf tegenkwam, trok hij diens vel af en timmerde hem vast met enkele spijkers. L. van de Z. werd gered door zijn vrienden. Heel zijn leven heeft hij echter rondgelopen met een gezwel op zijn hoofd.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
1037
fabulaat
Naam Overig in Tekst
L. van de Z.
P. (graaf van Koninksem)
P. (graaf van Koninksem)
Naam Locatie in Tekst
Henis   
Plaats van Handelen
Zavelberg (tussen Tongeren en Neerrepen)   
Koninksem   
Tongeren   
