Hoofdtekst
ik en de vrouw kamen es thös; en dô kam ne man gelêk mich; en iniens fluite z’achter mich en ich zag niemand ni; en on de kerk was het hetzelfde; en toen heb ich nemie durven omzien want da was ene plôggiest.
Beschrijving
Een man die samen met zijn vrouw naar huis wandelde, hoorde achter zich iemand fluiten. Toen de man achteromkeek, was er echter niemand te zien. Bij de kerk gebeurde nog een keer hetzelfde. Dat was een plaaggeest.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (sint-truiden)
129
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Gelinden   
