Hoofdtekst
Den oude koster dat was rond de jaren achttienhonderd in de zeventig, ene zekere Claes, die was in de eeuwigheid aangemaakt met de werewolf en als ter (hij) de beeklok getrokken had goenk er nog de kerkdeur toedoen en hier aan Driesen sprong hem de weerwolf in de nek. En in 't Steegske sprong er weer af. Goenk er in de richting van Hamelsdorp en er kwam aan de winning dan sprong de werewolf in zijne nek. Komt er terug aan het Luitje sprong er weer ervan af. Die werewolf wat op de koster sprong stond in verbinding met het spook van bij Baanbartje. Dat spook verplaatste zich onder de gedaante van werewolf en het koos zich bepaalde mensen uit. En de werewolf die hij aan Driesen op hem sprong, was het spook van de ouwe Vossen. Die woonde do op die winning. Den oude pastoor Martin werd aangesproken door de koster en er had hem overlezen en toen had er het spook verbannen in de wei en 't spook van Baanbartje had er achter op de wei verbannen.
Onderwerp
SINSAG 0258 - Plagegeist durch Pfarrer (Pater) gebannt
  
SINSAG 0252 - Plagegeist lässt sich tragen   
SINSAG 0801 - Werwolf lässt sich tragen.   
Beschrijving
Nadat koster C. de kerk had afgesloten, ging hij te voet naar huis. Of hij nu langs Hamelsdorp of langs het huis van D. ging, onderweg werd de koster altijd besprongen door de weerwolf. De weerwolf die in Hamelsdorp vertoefde, was in feite de geest van de oude V. De weerwolf bij D. was het spook van B. Nadat pastoor M. de koster had overlezen, heeft hij het spook van B. naar de weide verbannen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (bilzen)
528
Omstreeks 1870
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Waltwilder   
