Hoofdtekst
Dat was allemaal van dat volk dat met den duivel aandeed. Die hadden bokken, nie groter als 'n geit en kwamen die bij u dan zegden die 'Erop' en dan moest ge mee, willen of nie. En dan zetten ze u onderweg ergens af en dan moest ge maar zien dat ge thuis kwaamt. Dat deden ze voor de mensen te plagen. Tunke Muls, die hebben ze zo eens meegepakt tot op 't penven. Dat heb ich hem zelf horen vertellen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bokkenrijders gingen allemaal met de duivel om. De rovers hadden een bok waarmee ze de mensen soms plaagden. Wanneer ze zeiden "Erop!", dan moesten de mensen meerijden. De mensen werden dan ergens achtergelaten en moesten zelf maar zorgen dat ze weer thuis kwamen.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (noord-west)
348
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
