Hoofdtekst
Aan de Heidestraat daar is zo een land - wij hebben dat ook nog gelabeurd - en mijn paat leefde nog wor. En daar stond zo een lemen huisje: daar spookte het ook. En alleman die daar wonen ging: ziek en sterven. En toen kwam daar een man en die had twee dochters, een vrouw en twee dochters, een heette nog Anneke. En kort naarvolgens stierven die meisjes. En toen werd zijn vrouw ziek. En toen als zij 's nachts opstond om de lichten aan te doen hè, toen stond in een hoek een halve rooie man, vurig rood maar zonder benen. En de man had zich zo verschrikt, 's anderendaags zijn meubels opgeladen en zijn zieke vrouw en vertrokken. Toen daarna is dat huis afgebrand. Want wij hebben dat in huur gehad nog, die grond en daar nog gegraven en daar vonden we nog materiaal, scherven en alles van dat huis. En dat is echt zuur naar het schijnt. En ons vader joeg ons altijd de schrik op 's avonds als we slapen gingen: 'Daar zit een halve rode man.' En dan hadden we zo bang hè, zo bang. Vader geloofde aan spoken.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In de Heidestraat stond een lemen huisje waarin het spookte. Alle bewoners van dat huisje waren ziek geworden en gestorven. Een man kwam met zijn echtgenote en zijn twee dochters in het huisje wonen. De twee dochters stierven spoedig en de echtgenote werd ziek. Op een nacht zag de man in een hoek van het huis een roodharig spook zonder benen verschijnen. De man was zo geschrokken dat hij de volgende dag samen met zijn zieke vrouw het huis verliet. Later maakte men de kinderen vaak bang door hen te vertellen over de rode man in het huis. Een hele tijd later is het lemen spookhuisje afgebrand.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
midden-limburgs
j
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hasselt   
Plaats van Handelen
Heidestraat (Hasselt)   
