Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WVANH0284_0285_17552 - Framassons tekenen een contract met de duivel in ruil voor veel geld.

Een sage (mondeling), 1970

Hoofdtekst

Edgar Vermoortel en mijne vent kamen alzo ne keer ’s navonds naar huis. Aan een kruisstrate zagen ze een klaarte en d’r stonden daar eentig venten. Vermoortel trok al zijn mes en Teetaert ook, den dien was daar ook bij. Z’hebben ton toch nog rondgegaan. Da waren framassons. De deze houden kermesse onder de bomen. D’r was zo ne keer een bende die nie benauwd was. Ze gingen d’r naar toe en ze mochten helpen eten. Almetnekeer zei d’r een, dat er geen zout genoeg in was. En met de slag wierden ze weggesmeten en zaten op ulder gat in ’t gas. Zout dat is gewijd hé, van dat komt van de zee en deze is gewijd. (Toen ik vroeg wat nu juist een framasson was, kreeg ik ’t volgende antwoord.) Wel da zijn mensen die een contract getekend hebben met de duivel met ulder bloed. Z’hebben al wat dat ze willen, maar ze weten wanneer dat ze moeten sterven. D’r was zo ne keer een die zijne dood voelde naderen en hij wilde daarvan afgraken. Hij ging naar de paster en den dezen zei dat hij naar den tempel moste gaan en een onschuldig kind op zijn herte moste binden. En binst dat hij daar alzo zat werd hij almetnekeer opgepakt tot aan ’t dak en hij hoorde altijd maar een stemme roepen: "Zwicht u van een onschuldig kind".

Beschrijving

Twee mannen die op een avond naar huis kwamen, zagen bij een kruispunt enkele mannen die in een lichtschijnsel stonden te praten. Beide mannen haalden hun mes boven en besloten een omweg te maken omdat ze bang waren. De mannen die op het kruispunt vergaderden, waren framassons.
Op een dag had een boer gegeten samen met de framasson. Op zeker ogenblik had de boer gezegd: "Er is niet genoeg zout op het eten". Het volgende ogenblik was het hele tafereel verdwenen. Zout kwam immers uit de zee, en die was gewijd.
Framassons waren mensen die met bloed een contract met de duivel hadden ondertekend. Framassons hadden alles wat ze maar wilden en wisten vooraf wanneer ze zouden sterven. Een framasson wiens laatste uur was aangebroken, ging te rade bij de pastoor die zei: "Ga naar de tempel en bind een onschuldig kind op je hart". De framasson deed het en werd in de tempel in de lucht gegooid door een vreemde kracht, terwijl hij een stem hoorde roepen: "Zwicht u van een onschuldig kind".

Bron

W. Van Houcke, Leuven, 1970

Commentaar

3.2 Vrijmetselaars
west-vlaams (houtland)
667
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Veldegem    Veldegem