Hoofdtekst
y2 Die daar in een hond kon veranderen, die is nu dood.19A’ Ja.y2 Was die getrouwd?19A’ Ja. y2 Had die kinderen ook?19A’ Ja, die had kinderen ook. Die hadden geloof ik twee meisjes en een jongen. En die leven nog, die kinderen.y2 Wisten die dat, dat die vader dat deed? 19A’ Dat weet ik niet. y2 En die deed dat alleen ’s nachts, Irma?19A’ ’s Avonds en ’s nachts, overdag niet. Het is geweest, in zijn geburen (buurt), want die kon van alles. Hier was een huis, want dat was een café. En daar ging die mens, allé, de oude burgemeester, altijd een pint drinken, want dat was winkel en café. En die kwam daar alle dagen, dat de mensen die in dat straatje zagen lopen. En dan is het geweest dat huis daar recht over, daar brandde het ’s avonds van tijd, dat de vlammen uit de dingen kwamen. En ’s anderendaags was daar niks aan te zien, kunnen jullie dat geloven? y2 Moeilijk.x En dat was het huis recht tegenover waar die woonde dan?19A’ Nee. y2 Nee, nee, dat was zomaar een huis.
Onderwerp
SINSAG 0697 - Seele in Tiergestalt.   
Beschrijving
Een man die over bijzondere krachten beschikte, kon zichzelf 's avonds en 's nachts in een hond veranderen. 's Avonds ging die man vaak op café. Wanneer dat gebeurde, kon men bij het huis tegenover het café vlammen. De volgende dag was van het vuur niets meer te bespeuren.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.2 Tovenaars
vlaams-brabants (groot-aarschot)
19A'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langdorp   

