Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MSOHI0191_0194_20271

Een sage (mondeling), zaterdag 21 november 1981

Hoofdtekst

X: Eerst van de bende van Pollet.18: Héwel, ik ga eens …, ik ga alles zeggen wat ik weet, hé. Eh, als er een krant binnenkwam, het was te zeggen hé, de bende van Hazebroek, hoofd der bende: Abel Pollet, dat was het eerste hé, met al de dingen die ze deden hé. En, ik weet ook nog juffrouw, - ik ga erbij zitten, hoor – dat er daar in Krombeke eens twee oudere mensen vermoord geworden zijn, voor hun centjes hé. Eh, ze hadden twee zwijntjes die ze gingen verkopen, en die ze verkocht hadden, en dat moest hier in Poperinge in het station geleverd worden. En er was daar een herberg, recht voor het station, als ze geleverd waren en zij hun geld hadden, om een glas bier te drinken, ja, zoals dat gaat hé. Maar die bazin hielp de bende, de bazin hielp de bende. En de bazin wist dat zij van Krombeke kwamen en dat ze geld gekregen hadden voor hun zwijntjes en ze vertelde dat dan aan de dievenbende. De dievenbende ging daar om inlichtingen te krijgen en zij zei dat. En ’s nachts zijn ze daar geweest en hebben die mensen vermoord en hun centjes gepakt hé, die al een groot ding is hé. En er is ook, sommige keren, konfrontatie geweest hier in ... in Abele, de … in Abele, de parochie hierbij…X: Ja ja, ja ja, Abele.18: En eh, die bazin moest ook gaan. Ja, dat is voor onderhoringen hé, heel de suite moest gaan om onderhoord te worden, er ging veel volk hier van Poperinge om te luisteren. En die bazin moest daar ook gaan en ik hoorde zeggen – ik kan maar zeggen wat ik weet hé – ik hoorde zeggen dat ze iets innam om ziek te worden, dat ze tabakssap innam om ziek te worden daar, om niet te moeten spreken, zie je. En … maar aangaande… en er zijn er ook vier onthoofd geworden, van de bende Pollet, vier: Abel, hoofd der bende, zijn broer August, Theophile Deroo, maar ik weet niet vanwaar die Theophile was, of hij van Poperinge was of of hij van Hazebroek was. Ze zeiden altijd ‘de bende van Hazebroek’ en Theophile Deroo en Canut Vromant, zie je. En eh, en ja, dat zijn mensen die geen geweten hebben, anders zouden ze niet gaan om mensen te doden hé. En als ze onthoofd… ik hoorde zeggen – ja, ik ben nooit naar de konfrontatie gegaan – maar ik heb dat allemaal horen vertellen – en ik hoorde zeggen, als hij … als het mes klaar was om over zijn kop te vliegen, dat hij zei: "Als er een god is, ik zal hem nu straks zien;" Zo, het moet een harde geweest zijn hé. Je weet… je ziet daar voor je ogen dat je binnen twee minuten de wereld moet passeren, en je durft daar nog zo spreken hé. Nu, ik heb dat allemaal horen zeggen hoor, juffrouw, zo, ik kan ook maar zeggen wat ik weet hé. En toen, en eh, had je graag nog iets geweten?X: Van Poperinge, waren er ook bij van Poperinge, of weet je het niet? Waren er bij van Poperinge?18: Ja, ja, ik ben van Poperinge.X: Nee, van de bende?18: Nee, van Hazebroek.X: En waren er geen van Poperinge?18: Wel, er was hier een koppel die in Poperinge geboren waren, maar die in Hazebroek waren gaan wonen, en eh, die ook (onverstaanbaar) waren, maar er is hier nog veel familie van dat volk, je durft daar niet veel van zeggen hé. Anders, dat was eigenlijk Jules Brabander en zijn vrouw, Virginie Becquoye was haar naam. Ik ken hun namen nog…X: Die meededen?18: Die meededen, en ik heb ook hun foto gezien in de krant.X: Ah ja.18: Ik heb dat gezien. Maar er wonen er hier nu nog en er leeft er nu nog één van negentig jaar, die nonkel moest zeggen tegen die Jules Brabander. Dat was haar moeders broer. Maar ja, zij kan dat niet helpen hé.X: Dat is allemaal al lang geleden zeker?18: Maar ja hé, juffrouw. En dat was … ik weet van niet anders als dat dat van het jaar zes is.X: Ah ja.18: Het jaar zes. Zo, dat is al erg… het is zestig jaar geleden hé. En ja, als je nog het één en ander weet, het ontvliegt je een beetje ook hé. Anders, de mensen … anders, ik heb hier… er heeft hier één … haar vader, het was haar eigen vader, en ze woonde hier in een huis over de bakkerij (Debuysere-Verhaeghe) hier hé. Ze hield daar herberg. Blanche, Blanche Brabander was haar naam. Maar ja, het jonk is al lang dood hé. En eh, als zij in de zomer daar buiten zat, en kersen at en de stenen uitspoog…. Zij zei ook: "Er weet van ons niemand iets te zeggen," zei ze, en haar vader deed mee in de bende Pollet. En zij zei dat hoor: "Er weet van ons niemand iets te zeggen." Zo, de mensen… ja, dat gaat je niet aan en je zwijgt hé.Ah ja, jij kunt daarover niet oordelen en je kunt ook niet zeggen: "Maar je bent vergeten zeker dat je vader meedeed in de bende Pollet."X: Je kunt dat ook niet zeggen.18: Je kunt dat ook niet zeggen hé. Maar zij durfde dat zeggen. En nochtans, de mensen weten dat hier allemaal hé, hier in Poperinge, die nog leven en die oud genoeg zijn, zoals ik, ze weten dat allemaal hé.X: Ja.18: Zo, ik kan anders niet veel zeggen hé.X: En he, van de bende van Bakelandt, heb je daarvan nog gehoord?18: Ah nee, nee.X: Je hebt dat niet … dat was niet van hier hé.18: Oh, dat was al… oeioei, dat was in de jaren 1800 hé.X: Ja, dat is al lang geleden dus.18: Daarvan weet ik niemendal. Maar ja, je hebt soms mensen die boeken gelezen hebben en die zoiets weten. Maar ik heb ook geen boeken van de bende van Pollet, dat is allemaal horen zeggen en dan, ten tijde… ja, ik was nog maar een klein meisje ook hé, allemaal van horen zeggen. En ik weet nog goed dat wij ook zo bang waren thuis, omdat we dachten dat ze ook naar ons huis zouden komen. Ja, kinderen hé, we waren kinderen, we gingen naar school. En wij zeiden: "Vader, heb je de deuren goed gesloten, zodat de dieven niet komen?"En vader ja, die mens deed dat opdat wij niet bang zouden zijn, denk ik. "Jamaar, de dieven zulloen hier niet komen", zei hij, "wij hebben geen geld. Ze gaan alleen waar er geld te pakken is!" En zo, wij waren dan wat gerustgesteld. Ja, juffrouw hé. Maar dat was eigenlijk een erg rare tijd en ik kan nog vertellen van voor de oorlog, van toen mijn vader werkte.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Abel Pollet was de leider van een roversbrende uit Hazebroek. Op een dag vermoordden de rovers in Krombeke een man die twee varkens had verkocht. De rovers waren uit op het geld dat de man had verdiend door de verkoop van de varkens. De herbergierster van een café bij het station werkte samen met de bende van Pollet. Wanneer de boeren bij het station dieren hadden geleverd en daarvoor geld hadden gekregen, gingen ze in de herberg vaak een glas drinken. De herbergierster vertelde dan aan de rovers welke boeren geld in huis hadden.
Tijdens het proces tegen de bende van Pollet moesten veel mensen gaan getuigen. Een cafébazin uit Abele had tabakssap ingeslikt, zodat ze ziek zou worden en niet zou moeten getuigen. Vier van de rovers werden onthoofd. Vlak vóór zijn onthoofding zei één van de rovers: "Als er een God bestaat, dan zal ik hem straks zien".

Bron

M. Sohier, Leuven, 1982

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (poperinge)
18A
1906
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Abel Pollet    Abel Pollet   

Pollet (bende van)    Pollet (bende van)   

bende van Pollet    bende van Pollet   

Naam Locatie in Tekst

Poperinge    Poperinge   

Plaats van Handelen

Abele    Abele   

Hazebroek    Hazebroek