Hoofdtekst
Dat wos e dief. N’had hij e bende. Dat zat roend ol olle kanten. Je goeng toen ’s navonds binnen en je klapte tegen den enen en den andern en oendertusschen j’had het mee. ’t Ee nog geweest dat er e stik of twee, drie bij e boer gingen gon werken. En o ze dor e veertien dagen gewrocht an, ze gingen ton en ze plunderden olles.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een dief die bij een bende hoorde, ging 's avonds bij mensen op bezoek om te praten. Ondertussen stopte hij het één en ander in zijn zakken. Sommige rovers gingen een tijdje bij een boer werken om de boerderij daarna te plunderen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
236A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kortemark   
