Hoofdtekst
Hier hebben ze vroeger veel jong mannen weggehaald. Dat was slavenhandel. Die sloten ze in de kelder op met 'ne kluppel in hunne mond, dat ze niet kosten schreeuwen, en als ze daar wat gezeten hadden, dan werden ze weggevoerd. Dat is wel allemaal schrikkelijk lang geleden. Op den Donderslag is die koets ook eens geweest, en die heren die daar bij waren, gongen de herberg binnen. Ne knecht van daar op den Donderslag gong eens kijken wat er in de koets zat, en toen lag daar 'ne mens in vastgebonden. De knecht maakte hem toen los en toen vluchtte hij de bossen in. En toen ze hun pint uit hadden, kwamen de heren buiten, en de bok op en weg. Mijn overgrootvader gong eens met de kar naar Opoeteren, door dien eerdweg die vroeger naar Opoeteren liep, en toen kwam dien ouwe Sus bij hem op de kar gesprongen. Maar mijn overgrootvader dat er ene gelijk den drosserd Clerx, anders...(sic). Toen dors hij toch niks. En de knecht van de mulder van Opoeteren gong eens met het paard naar de smid. Die zagen ze ook nergens meer toen hij efkes weg was. Toen gong de smid kijken bij de Susse, toen zat hij al in de kalder. Dat heet daar nog altijd 'Bij Susse'.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Lang geleden werden er in Gruitrode slaven opgesloten in een kelder. Wanneer de mannen een tijdje in de kelder hadden gezeten, werden ze weggevoerd. Op een dag kwam er op de Donderslag een koets voorbijgereden. De menners hielden halt en gingen een glas drinken in een herberg. Ondertussen ging de knecht van de herberg in de koets kijken: hij vond er een geknevelde man. De knecht maakte snel de gevangene los zodat hij naar de bossen kon vluchten. Toen de twee menners uit de herberg kwamen, reden ze nietsvermoedend verder.
Een man die met de kar naar Opoeteren reed, kwam oude Sus tegen, die bij hem op de kar sprong. Sus heeft de man geen kwaad durven doen.
Op een dag ging de knecht van de molenaar van Opoeteren met het paard naar de smid. Omdat de knecht nog steeds niet was aangekomen, ging de ongeruste smid kijken in de kelder van Susse, waar de knecht al gevangen zat. Die plaats wordt nog steeds "Bij Susse" genoemd.
Een man die met de kar naar Opoeteren reed, kwam oude Sus tegen, die bij hem op de kar sprong. Sus heeft de man geen kwaad durven doen.
Op een dag ging de knecht van de molenaar van Opoeteren met het paard naar de smid. Omdat de knecht nog steeds niet was aangekomen, ging de ongeruste smid kijken in de kelder van Susse, waar de knecht al gevangen zat. Die plaats wordt nog steeds "Bij Susse" genoemd.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
Overgrootvader van de informant
fabulaat
De Donderslag is een gehucht van Meeuwen.
Naam Overig in Tekst
Sus(se)   
Naam Locatie in Tekst
Gruitrode   
Plaats van Handelen
Gruitrode   
Donderslag (Meeuwen)   
Opoeteren   
