Hoofdtekst
Dat was een ouw vrouwe die in Molière wonegen en ze had ook de naam dat ze iet kost – ’t is vandaag den heiligen dinsdag – en ze komt ne keer ’t onzend toe en dat was nogal warm en ze vroeg een sjatte (tas) water; en we bekeken mekanders, maar ik goot er wijwater in, en als ik er mee vorenkwam, ze keek er azo ne keer naar en ze goot het uit! Zij en dronk het niet uit en ze had pertanks (nochtans) heel zeker dorst want ’t was warm!
Beschrijving
In Molierde woonde een oude vrouw over wie men vertelde dat ze kon toveren. Op een warme dag ging die vrouw ergens een glas water vragen omdat ze grote dorst had. De mensen vertrouwden de zaak niet en vulden het glas met wijwater. Toen de vrouw het glas kreeg, keek ze er met een vreemde blik naar en goot het water vervolgens op de grond.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
485
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Ophasselt   
Plaats van Handelen
Molierde   
