Hoofdtekst
Het hoofdkussen vol rozen.Hier heet een vrouw gewoond, enfin en die wier ook uitgedaan da ze kon toveren en die woonden hier kortenbij. Ze kwaam bij ons altijd in de winkel. Op ne keer bij de buurvrouw was er ne jongen ziek. Die zei: "Dat doet de die, die heet die te pakken". En die wier van den ene kant naar den andere getrokken en die dronk zijn eigen water uit. En op ne keer kwaam ie te sterven. "We zullen is kijken", zeien ze en zijn hoofdkussen staak vol mooie rozen!" En d'r kwaam ieder keer een duif zitten en toen ie gestorven was is die duif nie meer gewist. Dat is hier gebeurd. Ja, vol mee rooie rozen; ge zoudt zeggen: "Hoe kan da?" En ze kwaam bij mijn in de winkel. Ik zeg: "Mie", en 't was altij slecht weer, "Mie, ge moet is ander weer laten worren." Ze zei niks, maar z'hee nooit nie meer in de winkel gewist. Ja, 't hee gewist dat die jongen viel en mee zijn hoofd op de klompen da z'in stukken van mekaren vlogen en d'r wist ie niks van.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Woensdrecht woonde een vrouw over wie men vertelde dat ze kon toveren. Toen in de buurt een kindje ziek werd, geloofde men dat de heks het kind had betoverd. Het kind werd de hele tijd heen en weer geslingerd en dronk van zijn eigen urine. Op een dag viel het kind met zijn hoofd op zijn klompen. De klompen vielen in stukken uit elkaar, maar het kind voelde er niets van. Toen het kind dood was, vond men allemaal mooie rode rozen in zijn hoofdkussen. De duif die altijd was verschenen toen het kind nog leefde, was nu verdwenen.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
175
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Woensdrecht   
Plaats van Handelen
Woensdrecht   
