Hoofdtekst
‘k Hè nog horen klappen (spreken) van een boer op zijn hofstee, dat ’t kwaad op zijn hofstee zat. Ewel in vroeger jaren de mensen destigen (dorsten) mee den dersemolen (dorsmolen) en de peirden trokken dat. Ja, dat is lange geleden, van mijn voorste (verste) onthouden. ‘k Was een manneken van een jaar of 12. Ewel den boer destige binst den dag mee zijn twee peirden in de menesse (primitieve dorsmolen), en dat hij gedossen had mee zijn twee peirden… En in voorzekers ten minste acht dagen dat ze alle nachten destigen mee zes witte peirden. Welk een inzicht (doel) had datte. En de mensen zeien dat da waar ware, danze da gezien han. Z’hen naar de paters geweest en de die zijn gekomen en ze zijn rond de menesse gegaan en ze zeien op ’t einde: "We peizen dat zal gedaan zijn en als ’t nie gedaan is, moogde werekeren." Maar z’en hen die peirden daar nooit meer gezien.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een boer had twee paarden vóór de dorsmolen gespannen. Daarna zag men acht opeenvolgende nachten zes witte paarden dorsen. Nadat de paarden op de boerderij waren geweest, kwam er een einde aan die vreemde gebeurtenissen.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
189
52 jaar geleden, aldus de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
