Hoofdtekst
Een man had een meid die haar meester verdacht van hekserij. Ze had afgeluisterd wat er op een vergadering gezegd werd. De Bokkerijders gingen met den duivel om en hadden een formule: 'Juh, Bok, Rijd over heggen en hagen tot Keulen in de wijnkelder.' Ze zaten soms op een bezem. De meid had de formule slecht verstaan en zei: 'Juh, Bok, Rijd door heggen en hagen.' Ze kwam helemaal verscheurd te Keulen aan en ze hebben haar verschrikkelijk gemarteld.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een meid die haar baas ervan verdacht een bokkerijder te zijn, had stiekem een vergadering van de rovers afgeluisterd. De bokkenrijders gingen om met de duivel en zeiden telkens: "Juh bok, rijd over heggen en hagen tot in de wijnkelder van Keulen!" De meid vergiste zich en zei: "Juh bok, rijd door heggen en hagen tot in de wijnkelder van Keulen!" De meid kwam zwaargewond in Keulen aan en werd dan ook nog gemarteld door de rovers.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (herk-de-stad)
121
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Herk-de-Stad   
Plaats van Handelen
Keulen   
