Hoofdtekst
Op ne zekere keer in Schendelbeke in mijn moeder haren thuis werd er slijtpap gemaakt, maar als ’t begost duister te worden zagen ze dat ze niet gereed en gingen geraken, en diëne slijtpap die daar stond!” t’en is niet, zei er enen, ’t vlas zal uit zijn voor den donkeren.” Dat begost donker te worden. “Zè”, zei hij, “hier zal een engelken trekken, en daar zal een engelken trekken, en ’t zal rap gedaan zijn.” En op de slag was allemaal dat vlas uit!
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
In een huis in Schendelbeke was men slijtpap aan het maken. Toen men bij het invallen van het duister vaststelde dat het werk niet tijdig klaar zou raken, zei een man: “Het is niet erg. Het vlas zal vóór het donker uit zijn. Hier zal een engeltje trekken en daar zal een engeltje trekken”. Vóór het donker werd, was het werk inderdaad gedaan.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
590
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Idegem   
Plaats van Handelen
Schendelbeke   
