Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FVANH0087_0087_17745

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

Mijn moeder heeft nog horen vertellen van ’n vrouwmens dat ze naar de kerstmesse ging en ’t zat ’n luchtje voor heur. En ze riep: "Wie hebben we daar?" En niemand die sprak. En ze ging wat zeerder. En hoe zeerder dat zeg ging, hoe zeerder dat dat luchtje ging. En dat was in den donkeren hé, te midden de nacht, ten twaalven van de nacht. En ze zegt: "Dat is raar, hoe zeerder dat ‘k ga, hoe zeerder dat dat keerske gaat!" En ze riep^nog ’n keer: "Wie is-t-er daar?" En op ’t moment was ’t weg.

Beschrijving

Een vrouw die met Kerstmis naar de nachtmis ging, zag de hele tijd een lichtje vóór zich. De vrouw vroeg: "Wie is daar?", maar er kwam geen antwoord. Hoe sneller de vrouw stapte, hoe sneller ook het lichtje voortbewoog. Toen de vrouw nog eens vroeg: "Wie is daar?" verdween het lichtje plots.

Bron

F. Van Houdenhove, Leuven, 1967

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
26
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Kerstmis    Kerstmis   

Naam Locatie in Tekst

Tiegem    Tiegem