Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WACHT0173_0173_3453 - Dode beweegt nog (farceursage)

Een sage (mondeling), 1970

Hoofdtekst

De geburen moesten de Kont uitkleden en die had maar een bed en daar sliepen ze dikwijls met vier, vijf man in. Daar sliepen Kalverzjangske en al de Kommercemannen, de hoeremannekens. Toen de Kont dood was, hadden ze hem op de kist gelegd en toen waren ze aan het dansen gegaan. In de kamer lag een dode en toch dansten ze: Kalverzjanske en al de hoerepieten en ze dronken jenever. Daar leefde Bet van.-Jef: Die moest ik altijd halen gaan. Hij kostte achtenvijftig cent de liter en dan maakte zij er drie van.En bij dat dansen had er een met hare elleboog tegen de Kont gestoten en in een keer liet de Kont zijn handen langs het bed vallen en ineens alles uit, alles uit. Ze waren allemaal zo sjouw. En ze hadden een steen onder zijn kin gelegd om zijn mond toe te houden en die steen rolde onder zijn kin uit ... BOEM! tegen de deur op. Dat hadden ze met de Kont aan de hand gehad toen hij dood was. Die was nog niet stijf genoeg hè en ze waren op de plaats aan het dansen gegaan, en jenever aan het drinken. En daar waren geen vijf mensen op zijn begrafenis.

Beschrijving

Toen de Kont dood was, legde men hem op een kist in de huiskamer. Daarna werd er jenever gedronken en rond de kist gedanst. Omdat Bet bij het dansen per ongeluk tegen de dode had gestoten, vielen de gevouwde handen van het lijk langs het bed. De steen waarmee men de mond van de dode dichthield, viel ook op de grond. Op de begrafenis van de Kont waren minder dan vijf mensen aanwezig.

Bron

W. Achten, Leuven, 1971

Commentaar

midden-limburgs
r
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Kont    Kont   

Naam Locatie in Tekst

Genk    Genk