Hoofdtekst
A: En al die zoveel konden vertellen ’s avonds, dat waren allemaal tamelijk grote leugenaars wê.B: De die kunnen best vertellen né.A: Ja, en van die hond né, dat was in de jaren …X: Achter de oorlog of wat?A: ’t Was in 1800, neen, neen, ’t was in 1800.B: ’t Was voor de oorlog.X: Ah, ’t was voor de oorlog nog?A: Oh, ja. Misschien, eu, ‘k ga ’t zeggen wê, in de jaren ’87 moet dat geweest zijn.X: ’87, 1887, al zo lang geleden?A: ’t is lang geleden né, ja.B: Maar ’87, maar vent, en je was er nog niet toen.A: Maar neen.X: Van je vader of moeder horen vertellen né?A: Ah ja hé.
Beschrijving
In de negentiende eeuw werden in Beselare verhalen over een mysterieuze hond verteld.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
1a
Negentiende eeuw
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
