Hoofdtekst
Veur da e kind gedoept wor, hâ alleman macht op da kind. Dji mos noets gien vremde terbêe lôte kome.
Beschrijving
Omdat een ongedoopt kind vatbaar was voor alle kwaad, mocht men geen vreemden in de buurt van het kind laten komen.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (herk-de-stad)
454
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schakkebroek   
