Hoofdtekst
’t Wos e marchand die deur de bus moste enn’had e groten hoend mee. Bakelandt zei tegen hem: "Wuk zij met dien hoend?" "Ze gon mijn ezo niet anranden", zeiten. En je wierd olglijk angerand in de bus. Bakelandt schipte nor dien hoend. Die marchand e nog kunnen weglopen nor die café were. Bakelandt wos e wreê kerel enee?
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een handelaar die door het bos moest gaan, had een grote hond bij zich. "Waarom heb jij die hond?" vroeg Bakelandt aan de man, waarop deze laatste antwoordde: "Door die hond zal niemand mij aanvallen". Op zijn weg naar huis werd de man aangevallen door Bakelandt, die naar de hond schopte. De handelaar kreeg nog de kans om terug naar het café te lopen, waar hij vandaan kwam.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
226A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Handzame   
