Hoofdtekst
In Könsem (= Koninksem) was een, die kon nie stereven. Toen hebben ze de pastoor gehaald en hij is drie keren moeten komen. Hij ging de joste (= eerste) trap op en zei het gebed; toen enen trap hoger... weer e gebed; dan weer zo tot op de lesten trap en toen kon ze stereven. Zij had de koi mach(t) overgenomen van haar moeder, en haar kinder wilden het nie overnemen - Ich stond terniève (= ernaast), metske (= meisje), met een bussel eer (= eieren) en een man(d) water! - As ze gaat stereven moet een heks haar mach(t) kunnen overgeven aan een ander, hein! of aan haar kinder of zo! Ja, die pastoor he(ef)t haar verlos(t), en toen kon ze stereven.
Beschrijving
In Koninksem liet men een pastoor komen naar een heks die op haar sterfbed lag. De heks had vroeger de kunsten van haar moeder overgenomen, maar niemand van haar kinderen wilden hetzelfde doen voor haar. De pastoor moest driemaal komen vooraleer de heks kon sterven. Nadat de pastoor een gebed had gezegd op elke trede van de trap, was de heks verlost en kon ze sterven.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
835
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Neerrepen   
Plaats van Handelen
Koninksem   
