Hoofdtekst
I Eh, zijn er nog andere zaken dat je daarvan kent, van die watergeesten?32 Van die watergeesten, neen, zeer weinig, hoor.I Eh, waren er dan ...?32 Ja, zij maakten ons wel benauwd [= bang], hoor, om te zeggen, dat wij dus niet mochten, ‘s avonds, als ‘t donker was, buiten gaan zo, langs de kanten, langs de grachten, omdat de waterduivel zou gekomen zijn. Dat waren ... Hij zou ons meegepakt hebben.I Ah jajaja.32 Dat, dat werd wel gedaan, omdat wij dus niet, niet zouden langs de straten lopen als ‘t donker was, hé.I Ja.32 Ja, ze moesten iets zeggen, hé, en er was geen verlichting. Nergens, praktisch.I Ja.32 ‘t Was geen verlichting, ‘t was allemaal donker en op de buiten ook, hé, de maan was er soms, maar ‘t was ook al[les], hé.I Jaja.32 Als ‘t bewolkt was, was er geen maan, natuurlijk, hé. En ja, er waren wel ..., ‘t werd wel gesproken over waterduivels en over watergeesten ook.I Ja.32 Maar, ja, die hebben wij ook nooit gezien, hé. (lacht)I Ja, en je weet niet meer wat dat ze daar precies van zeiden of zo, van dat ze zeiden van: "Hij heeft een keer iemand meegenomen," of ...32 Ja, ja.
Beschrijving
Vroeger vertelde men de kinderen dat ze 's avonds niet in de buurt van de grachten mochten komen omdat de waterduivel hen in het water zou proberen te trekken.
Bron
W. Bode, Leuven, 2001
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (blankenberge)
32F
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Blankenberge   
