Hoofdtekst
Watergeesten.In Holland was ik eens aan het varen en we hoorden ineens schoon zingen – en die kwamen altijd wijder en wijder maar we konden ze niet in het zicht krijgen. Ze konden anders goed zingen. En toen hoorden we een plons in het water en toen sprongen ze met twee uit een bootje – het waren twee vrouwlieden. En toen dreef dat bootje daar en zij waren aan het zwemmen. Een toen, zoo'n half uur nadien, hoorden we ze weer opnieuw zingen en dan zijn ze den dijk opgetrokken. En daar was er een bij die had een grooten, strooien hoed op en ze waren allebei in het wit. Die ander was zonder hoed. En toen zagen we ineens dat ze aan het vechten gegaan waren op den dijk. We zagen dat gewemel en toen hoorden we gebas van een hond en dan zagen we een boschwachter afkomen en toen zijn ze verdwenen.
Beschrijving
Een visser die in Holland aan het varen was, hoorde plots mooi gezang. Daarna was een plons in het water te horen. Twee vrouwen sprongen uit een bootje en begonnen te zwemmen. Een half uur later hoorde men het gezang opnieuw. Daarna gingen de vrouwen naar de dijk. De vrouwen waren allebei in het wit gekleed. Eén van hen droeg bovendien een grote stroeien hoed. Op de dijk begonnen de vrouwen te vechten. Toen er een boswachter met een hond kwam aangelopen, verdwenen de vrouwen.
Bron
A. De Haes, Leuven, 1943
Commentaar
1.1 Watergeesten
antwerps
92
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Wintham   
Plaats van Handelen
Holland   
