Hoofdtekst
Niet ver van oezens zat er een leepeerd (leiselpeerd, roepeerd. Het leiselpeerd volgt de wendingen van het handpeerd (De Bo, p. 544).) in de meersen (beemden). Binst den dag was het niet te ziene, mo oet er entwiene ’n nachts passeerde sproeng het ip hundre nen nekke en de minsen mosten droagen da ze zwitten. Na een endje sproeng da peerd ervan en ’t was weg.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
In de beemden van Ingelmunster zat een paard dat 's nachts in de nek van de mensen sprong en zich liet dragen.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
131
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ingelmunster   
Plaats van Handelen
Ingelmunster   
