Hoofdtekst
‘k Heb nog ‘ne keer dadde van mijn moeder gehoord: in den tijd waren de huizen nog al vele gemaakt met ’n halve deure, lijk de koeistaldeuren. En in IJvegem aan de kerke weunde er ’n bakker. En ‘ne zekere nacht - ja, ‘nen bakker is ’s nachts altijd op - voor hem ’n beetje te verkoelen, hij smijt die halve deure open, en hij legt hem zo’n beetje met zijn armen buiten. En dat moet zuuste rond den twaalven geweest zijn. En de doden gingen in processie. En de laatste die begraven geweest was, was ‘nen armen mens, en hij had geen doodskleed aan. En ’s anderdags, dien bakker was wit-grijs.Ja, die doden deden in ulder doodkleed de processie rond de kerke en toen ging elk were naar zijne put.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een bakker die bij de kerk van Ijvegem woonde, ging 's nachts even een luchtje scheppen. Omstreeks middernacht zag de bakker de doden opstaan en in processie rondgaan. De man die men als laatste had begraven, was arm en had geen doodskleed aan. Na afloop van de processie gingen de doden allemaal weer in hun graf liggen. De volgende dag had de bakker allemaal grijze haren.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
268
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tiegem   
Plaats van Handelen
Ijvegem   
