Hoofdtekst
In een huis kwamen altijd vier, vijf man bijeen in de winter. En daar op straat waren altijd mensen die wisten wat ze verteld hadden. Dat was hatelijk. 'Dat moet gedaan zijn' en ze gingen letten of daar iemand kwam luisteren, maar ze zagen geen mens en toch wist een wijf uit de geburen wat ze verteld hadden. 'Daar zijn heksen of spoken mee gemoeid' zei daar ene, en die ging naar de paters te Hasselt. En de pater zei: 'Komen ze u niet afluisteren?' - 'Nee, dat bestaat niet, want we hebben goed opgepast.' - 'Is daar geen 'goot', aan dat 'gootkoet' moet ge eens kijken of daar geen padden aan inkomen, want heksen veranderen 'hen' dikwijls in padden gelijk ik gehoord heb. Diezelfde avond gingen ze kijken en daar zaten twee padden op de 'zöl', zo met hun kop omhoog. Ze pakten een 'bessemsteel' die daar juist stond en ze raakten een pad op haar voorste poot en toen riep die: 'Jennemie, Jennemie, aan 't 'gootkoet' uit'. En gelijk een trein schoten ze daaraan uit. 's Anderendaags zag die man een wijf uit de geburen met haar arm in een doek. 'Wat hebt gij aan de hand?' vroeg hij. 'Ik ben over een blok gevallen' zei ze. 'Nee, nee, ge waart een pad en ge waart komen luisteren, en ik hoop dat ik u niet meer zie', zei de man.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Tijdens de wintermaanden kwamen enkele vrienden regelmatig in een huis bij elkaar om wat te praten. Na elke bijeenkomst wist een vrouw uit de buurt precies wat er in het huis gezegd was. De vrienden vonden dat zeer vervelend en gingen een keer op straat kijken of daar iemand stond te luisteren. Eén van de mannen was ervan overtuigd dat het iets met heksen of spoken te maken had, en hij ging naar de paters in Hasselt. Aanvankelijk dacht de pater dat het gezelschap door iemand werd afgeluisterd, maar de man overtuigde hem ervan dat dat niet het geval was. Toen gaf de pater hem de raad om te onderzoeken of er geen padden rond het huis zaten. De pater wist immers dat heksen zich vaak in padden veranderden. Diezelfde avond gingen de vrienden rond het huis op zoek naar padden. En inderdaad, buiten troffen ze twee padden aan, die hen met opgeheven kop aankeken. Eén van de vrienden sloeg de padden met een bezemsteel. Hij verwondde één van de padden aan de voorpoot. De volgende dag zag hij een vrouw uit de buurt, die haar arm in een doek had. "Wat is er met je gebeurd?", vroeg de man, waarop de vrouw antwoordde: "Ik ben over een blok gevallen." De man geloofde haar niet en zei vastbesloten: "Neen, neen, je bent mij en mijn vrienden komen afluisteren in de gedaante van een pad!"
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
2.1 Heksen
zuid-limburgs
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Hasselt   
Naam Locatie in Tekst
Kortessem   
Plaats van Handelen
Hasselt   
