Hoofdtekst
Beschrijving
In Scherpenheuvel woonde een man die een grote hond had, die men voor een hondenkar kon spannen. Op een dag ging een man die hond halen. Toen hij onderweg een hond tegenkwam, veronderstelde hij dat het de hond was, die hij zocht, en zei: “Ah mijn jongen, ben je al hier?” Toen de man de hond voor zijn kar begon te spannen, werd het dier steeds groter en groter.
Bron
C. Vandendries, Leuven, 1984
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
brabants (scherpenheuvel)
7bB
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Scherpenheuvel   
Plaats van Handelen
Scherpenheuvel   

