Hoofdtekst
30.E Maar op de troep hadden ze hem weggejaagd. Ja, daar hadden ze hem weggejaagd, hé. Daar had hij dat... Hij had een poppetje, want dat liet hij zien. X Een poppetje ?30.E Een poppetje, ja, want die hebben iets, een houvast, een houten poppetje. En die hadden dat altijd bij, hé. En daar had hij dat van een kermiskramer gekocht. En daar had hij dat dan geleerd op de troep. En daar moesten ze - vroegere jaren stierven er nogal eens bij de troep; de zon schijnt in uw ogen,hé ? (schuift de gordijn dicht) - en daar moesten ze de wacht houden bij de doden. En op een keer was het Teer zijn toer , hé. En in ene keer hoorden ze hem daar in dat dodenhuisje lelijk doen. Die wachten gingen de overste verwittigen of hoe het gekomen was, dat weet ik niet. Toen kwam daar de overste aan. Hij was met drie doden kaart aan het spelen.Hij sloeg ze één voor één tegen hun kei. "Bijspelen, zeg ik", zei hij en hij sloeg hen.En ze hadden de kaarten in de handen en alles. X En dat was Teer ? 30 Ja, dat was Teer.
Beschrijving
Een man had op de kermis een houten poppetje gekocht. Toen die man in het leger was, stelde men vast dat hij kon toveren. Hij moest op een dag de wacht houden in het dodenhuisje en zat daar met drie doden te kaarten.
Bron
C. Verheyen, Leuven, 1982
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (arendonk)
30E
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Arendonk   

