Hoofdtekst
Van de mare bereden, dat heb ich zelf met mijn eigen ogen gezien. Mijn vader-zaliger moest vroeger van Geistingen uit naar Sint-Jansberg in Maaseik. En dan moest ie te voet gaan en 's avonds auch te voet terugkomen. Maar als het heel slecht weer was, dan bleef ie daar slapen en als ze 's morgens opstanden, dan waren de manen van de peerden gevlochten en het zweet stond hen dik op het lijf.
Beschrijving
Een man uit Geistingen ging te voet naar Sint-Jansberg in Maaseik. Omdat het slecht weer was, bleef de man in Maaseik slapen. 's Ochtends stonden de paarden bezweet en met gevlochten manen in de stal.
Bron
T. Daniëls, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (weert en omstreken)
Vader van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Kessenich   
Plaats van Handelen
Geistingen   
Maaseik   
Sint-Jansberg (Maaseik)   
