Hoofdtekst
En do was ene man in Eigenbilzen en er deed z'n liefste op de mesthoop komen (verschijnen), die stond aan de waskuip en ze had de mouwen opgestroopt maar vroeger hadden ze allemaal lang mouwen hé. En in ene keer zag ze dat ze verkeerd was en toen begos ze te janken (wenen) en wei ze wist heeft ze het afgemaakt. En als er naar het veld gong mest spreiden, dan deed er ene hoop en dan zei er: 'En nu zo allemaal'. En de pastoor had hem daarvan moeten afhelpen en der komen hem koetsen na en er mocht niet omzien want dan braken ze hem den nek. Maar dat heeft moeite gekost.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man uit Eigenbilzen kon zijn vriendin bij de mesthoop doen verschijnen terwijl ze een ogenblik eerder nog bij de waskuip stond. Wanneer de tovenaar het veld moest bemesten, stak hij zijn mestvork in één mesthoopje en zei dan: "Nu zo allemaal". Uiteindelijk heeft de pastoor de man van zijn toverkracht moeten bevrijden. De man werd gevolgd door koetsen, maar hij mocht niet achteromkijken, want dan zou men hem de nek breken.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (bilzen)
447
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlijtingen   
Plaats van Handelen
Eigenbilzen   
