Hoofdtekst
De Tempeliers hebben vroeger nog op ’t Tempelhof gezeten, toe Slijpe, en op de Koude Schure en de Rattevalle. ’t Liepen daar al onderaardse gangen. Die Tempeliers dat waren eigentlijk Jezuiëten die under (zich) in Frankrijk gevormd hebben, in Montmartre en ’t waren allemale rieftje raftje deugnieten, ze waren met dertienen en ’t was daar een oude generaal bij met een oge, en elk moste (moest) naar a land, België, Frankrijk, Spanje, Duitsland en ze verkondigden daar under (hun) gelove. En azo zijn ze ook hier gekomen.
Beschrijving
De Tempeliers verbleven vroeger in het Tempelhof in Slijpe, in de Koude Schuur en in Rattevalle. Al die plaatsen waren verbonden door onderaardse gangen. De Tempeliers waren jezuïeten die in het Franse Montmartre waren opgeleid. Oorspronkelijk waren er dertien Tempeliers, onder wie een generaal met maar één oog. Die Tempeliers moesten zich verspreiden over heel Europa om hun geloof uit te verkondigen.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
326
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tempeliers   
Koude Schuur (Mannekensvere)   
Tempelhof (Slijpe)   
Rattevalle   
Naam Locatie in Tekst
Stene   
Plaats van Handelen
Montmartre   
Frankrijk   
Slijpe   
Rattevalle   
