Hoofdtekst
Van den halven verleëit.‘k Heb es iet vreed tegegekome, ze noeme da van den halven verleëit worden. Ik ging es mee een vraa uit de gebuurte noar de mis en ’t was pikdonker. In de draaf gerokte we in e rapeveld, we viele van den ene put in den andere ‘t was onmogelijk doaruit te gerake en iedere kier as we dachte naa zemene op de weg, viele we weer in de put. We ware doodmuug en bang. Hoe we eruit gerokt zen weetik niemier.
Beschrijving
Een vrouw ging samen met een buurvrouw in het donker naar de mis. In een dreef belandden de vrouwen in een rapenveld met putten. De vrouwen raakten al gauw uitgeput en waren doodsbang. Ze waren ‘van den halven verleid’.
Bron
H. Verherstraeten, Leuven, 1970
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (noordelijk waasland)
15
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Haasdonk   
