Hoofdtekst
’t Was daar ene die zei tegen een oude jonge dochter (ongehuwde): "Waarom en trouw je gij niet met mijn gebuur? Hij drinkt niet, hij smoort niet, ’t is een fraaie vent”! "Wel ja”, zegt ze, "dat is wel voor mij”. Een maand of twee nadien, ze trouwen. Maar zegt ze tegen de die "Me gaan toch niet lange leven”! Op zekeren dag, dien vent is ziek, nog geen jaar later. Den dokteur gaat en zegt: "Je moet in je bedde kruipen”! Je gaat naar ze bedde en achter een uurtje of drie je was al dood.
Onderwerp
SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.   
Beschrijving
Een man had tot een ongetrouwde oude vrouw gesproken: "Waarom trouw je niet met mijn buurman? Hij drinkt niet, hij rookt niet en het is een knappe kerel!" Toen de vrouw enkele maanden later met die buurman trouwde, sprak ze tot de man die haar die raad had gegeven: "We zullen toch niet lang leven". Nog geen jaar later werd de echtgenoot van die vrouw ziek. De dokter kwam en gaf de zieke de raad in zijn bed te kruipen. Enkele uren later was de man dood.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (oostkust)
24
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Boezinge   
