Hoofdtekst
Nolleke van Geleen die woonde als ge hier den Elsput opgaat, onder de k'naal. Dat die bokkerijders met den duivel omgongen, dat is zeker. Awel, daar bij C. onder de k'naal daar liep altijd 'ne zwarten hond over de vors van het dak. Ze wilden hebben dat dat Nolleke van Geleen was, die woonde daar vlak bij.
Onderwerp
SINSAG 0697 - Seele in Tiergestalt.   
Beschrijving
Nolleke van G., een vermeende bokkerijder, woonde in Elsput voorbij het kanaal. Bij de familie C. liep altijd een zwarte hond op het dak. Men geloofde dat die hond Nolleke was.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Nolleke van G.   
Naam Locatie in Tekst
Tongerlo   
Plaats van Handelen
Elsput   
